
Academy
Amygdala
De amygdala helpt bepalen wat biologisch belangrijk is, wat een situatie voorspelt en welke reactie daarbij past. Ze verbindt ervaringen, context en lichamelijke toestand met leren, aandacht en gedrag, en speelt daardoor een rol bij onder andere dreiging, veiligheid, motivatie, trauma en pijn.

Diep in de slaapkwabben liggen links en rechts verzamelingen hersenkernen die samen de amygdala worden genoemd. De naam komt van het Griekse woord voor amandel. De bekende omschrijving van de amygdala als het angstcentrum van het brein is echter te eenvoudig.
De amygdala bestaat uit verschillende kernen en celtypen met uiteenlopende functies. Sommige circuits bevorderen toenadering, andere vermijding. Sommige helpen ervaringen te leren en onthouden, terwijl andere het lichaam voorbereiden op handelen of een reactie juist helpen afremmen.
De centrale functie is daarom breder dan angst. De amygdala helpt voortdurend bepalen welke informatie biologisch belangrijk is. Wat verdient aandacht? Wat voorspelt iets prettigs of onaangenaams? Wat is nieuw, onzeker of sociaal relevant? En welke ervaring is belangrijk genoeg om van te leren?
Dat doet de amygdala nooit alleen. De hippocampus voegt context en eerdere ervaringen toe, de prefrontale cortex doelen en gedragsmogelijkheden en de insula informatie over de toestand van het lichaam. Hypothalamus en hersenstam helpen vervolgens de lichamelijke reactie aan te passen. Tegelijk beïnvloeden neurotransmitters, neuropeptiden en hormonen hoe gevoelig en veranderbaar deze circuits op dat moment zijn.
De betekenis van een gebeurtenis ligt daardoor niet alleen in de gebeurtenis zelf. Ze ontstaat uit de combinatie van wat er gebeurt, waar en wanneer het gebeurt, wat eerder is geleerd en in welke toestand het lichaam zich bevindt.
De centrale vraag van de amygdala is daarmee misschien niet ‘Moet ik bang zijn?’, maar:
‘Wat doet er voor mij, hier en nu, toe?’
Waarom bestaat het en hoe is het ontstaan?
Lang voordat mensen bewust over angst konden nadenken, moesten organismen al onderscheid maken tussen wat gunstig en ongunstig was. Voedsel moest worden gevonden, gevaar vermeden, partners herkend en sociale signalen geïnterpreteerd. Een zenuwstelsel dat belangrijke gebeurtenissen snel kon herkennen én daarvan kon leren, bood een duidelijk evolutionair voordeel.
Voorlopers van onderdelen van het amygdalacomplex zijn dan ook bij andere gewervelde dieren terug te vinden. De amygdala is niet als één nieuwe hersenstructuur ontstaan. Verschillende onderdelen hebben deels verschillende evolutionaire en embryologische achtergronden.
Dat past bij haar huidige functie. De amygdala is geen losse module, maar een verzameling gespecialiseerde circuits die waarneming, leren, motivatie en lichamelijke voorbereiding met elkaar verbinden.
Vroeg aangelegd, lang in ontwikkeling
Ook tijdens de embryonale ontwikkeling ontstaat de amygdala niet als één geheel. Verschillende celpopulaties komen uit verschillende delen van het zich ontwikkelende voorbrein. Al vroeg vóór de geboorte worden afzonderlijke gebieden herkenbaar.
Maar vroeg aangelegd betekent niet vroeg voltooid.
Verschillende amygdalakernen volgen hun eigen ontwikkelingstraject. Sommige zijn rond de geboorte relatief ver ontwikkeld, terwijl andere daarna nog groeien. Ook de verbindingen met onder andere hippocampus en prefrontale cortex veranderen gedurende de kindertijd en adolescentie verder.
Een bijzonder voorbeeld is de paralaminaire kern. Bij kinderen bevat deze kern grote aantallen neuronen met kenmerken van onrijpe zenuwcellen. Een deel daarvan rijpt gedurende jeugd en adolescentie verder, terwijl ook in het volwassen brein nog een populatie onrijpe cellen aanwezig kan blijven.
De amygdala is dus geen vroeg alarmsysteem dat eenmaal wordt aangelegd en daarna onveranderd blijft.
Ervaring bouwt mee
Vanaf het begin leert een kind welke gebeurtenissen voorspelbaar, veilig, aantrekkelijk of bedreigend zijn. Verzorging, sociale interacties, spel, pijn, stress, succes en mislukking leveren informatie waarmee hersennetwerken hun verwachtingen aanpassen.
Amygdala, hippocampus en prefrontale cortex ontwikkelen daarbij tegelijkertijd, maar niet in hetzelfde tempo en niet op dezelfde manier. Het is daarom te eenvoudig om de vroege kindertijd aan de amygdala toe te schrijven en latere ontwikkeling aan de prefrontale cortex.
Het volwassen systeem ontstaat uit een langdurige wisselwerking tussen aanleg, rijping, ervaring en lichamelijke toestand.
Hoe is het opgebouwd?
We spreken meestal over de amygdala, maar anatomisch gaat het om een amygdalacomplex van verschillende kernen. Links en rechts ligt zo'n complex in het mediale deel van de temporaalkwab, vlak voor de hippocampus.
Voor het begrijpen van de werking zijn enkele onderdelen bijzonder belangrijk.
Betekenis leren
Het basolaterale complex (BLA) bestaat onder andere uit de laterale, basale en accessoire basale kern. Hier komt informatie uit verschillende zintuiglijke, geheugen- en associatieve hersengebieden samen.
De BLA is belangrijk voor het leren van de waarde en betekenis van gebeurtenissen. Een geluid kan bijvoorbeeld aanvankelijk neutraal zijn. Wanneer dat geluid herhaaldelijk iets onaangenaams of juist aantrekkelijks voorspelt, veranderen verbindingen binnen deze circuits.
Het zenuwstelsel leert daardoor niet alleen wat iets is, maar ook wat het voorspelt.
Van betekenis naar reactie
De centrale kern (CeA) heeft sterke verbindingen met onder andere hypothalamus, hersenstam en het periaqueductale grijs (PAG). Via deze netwerken kan belangrijke informatie worden gekoppeld aan veranderingen in waakzaamheid, autonome activiteit, hormonen en gedrag.
Ook de centrale kern is geen simpele aan-uitknop. Verschillende celpopulaties kunnen elkaar stimuleren of remmen en uiteenlopende gedragsprogramma's ondersteunen.
Schakelen en remmen
Tussen verschillende delen van de amygdala liggen kleine groepen voornamelijk GABAerge neuronen: de intercalated cells. Ze helpen bepalen welke informatie binnen het amygdalanetwerk wordt doorgegeven of juist geremd.
Hun werking is afhankelijk van de informatie die uit andere hersengebieden binnenkomt en van eerdere ervaringen. Daardoor spelen ze onder andere een rol bij veiligheidsleren en extinctie: het leren dat iets wat eerder gevaar voorspelde in de huidige situatie niet langer bedreigend hoeft te zijn.
Een wereld binnen de amygdala
Zelfs deze indeling is nog grof. Binnen dezelfde anatomische kern bevinden zich verschillende soorten neuronen met andere receptoren, verbindingen en eigenschappen.
Twee zenuwcellen die vlak naast elkaar liggen kunnen daardoor onderdeel zijn van verschillende circuits en zelfs verschillende gedragsreacties ondersteunen.
De uitspraak ‘de amygdala is actief’ vertelt daarom maar een deel van het verhaal.
De belangrijkere vraag is:
Welk circuit is actief, onder welke omstandigheden en met welk gevolg?
Hoe werkt het en wat maakt het mogelijk?
De amygdala helpt gebeurtenissen biologisch gewicht geven. Ze combineert actuele informatie met geheugen, verwachtingen, motivatie en signalen uit het lichaam. Ervaringen kunnen vervolgens de verbindingen veranderen. Wat vandaag neutraal is, kan morgen een belangrijke voorspeller zijn.
Leren wat iets betekent
Dat principe is goed zichtbaar bij conditionering. Wanneer een neutrale toon herhaaldelijk wordt gevolgd door een onaangename gebeurtenis, kan de toon uiteindelijk zelf al een lichamelijke reactie oproepen.
De toon is niet veranderd.
Wat de toon voorspelt is veranderd.
Hetzelfde principe geldt voor positieve ervaringen. Een geur, gezicht, plek of geluid kan voedsel, sociale verbinding, beloning of veiligheid gaan voorspellen. De amygdala is daarom betrokken bij zowel vermijden als toenaderen.
Dat is een belangrijk verschil met het klassieke beeld van een angstcentrum. De amygdala helpt niet alleen gevaar herkennen. Ze helpt het organisme leren wat belangrijk is en welke gevolgen daarbij te verwachten zijn.
Dreiging is niet hetzelfde als angst
Een lichamelijke verdedigingsreactie is bovendien niet hetzelfde als de bewuste ervaring van angst.
De amygdala kan belangrijk zijn voor het herkennen en leren van dreiging en voor de lichamelijke voorbereiding daarop, zonder dat zij daarmee zelfstandig de bewuste emotie angst produceert.
Emoties ontstaan binnen grotere hersen- en lichaamsnetwerken waarin waarneming, geheugen, context, lichamelijke signalen en eerdere ervaringen samenkomen.
Wanneer onzekerheid belangrijk wordt
Een organisme hoeft niet te wachten totdat gevaar zeker is. Juist onzekerheid en onvoorspelbaarheid kunnen de waakzaamheid verhogen.
Wanneer niet goed te voorspellen is wat er gaat gebeuren, kan langer alert blijven biologisch zinvol zijn. Daarmee wordt de amygdala ook relevant bij sociale onzekerheid en situaties waarin eerdere ervaringen onvoldoende informatie geven over wat er nu gaat gebeuren.
Voorspelbaarheid kan daarom op zichzelf waardevol zijn. Weten wat er gaat gebeuren maakt het gemakkelijker om te bepalen hoeveel aandacht en voorbereiding werkelijk nodig zijn.
Veiligheid moet ook worden geleerd
Een eerder aangeleerde reactie kan veranderen. Wanneer een prikkel die vroeger gevaar voorspelde herhaaldelijk veilig blijkt, kan de reactie afnemen. Dit heet extinctie.
Daarbij wordt de oorspronkelijke herinnering niet noodzakelijk gewist. Het zenuwstelsel leert iets nieuws:
deze prikkel → in deze situatie → geen gevaar.
Dat verklaart waarom een oude reactie onder stress of in een andere omgeving soms weer kan terugkeren. De oude associatie bestaat nog, terwijl het nieuwere veiligheidsgeheugen tijdelijk minder invloed krijgt.
Herstel betekent vanuit dit perspectief dus niet altijd vergeten, maar vaak opnieuw leren.
De chemische bediening
De werking van de amygdala verandert voortdurend onder invloed van neurotransmitters, neuropeptiden en hormonen.
Glutamaat en GABA vormen de snelle basis. Glutamaat verzorgt veel activerende informatieoverdracht en speelt een belangrijke rol bij plasticiteit. GABA zorgt voor remming en helpt bepalen welke signalen worden doorgegeven.
Noradrenaline vanuit de locus coeruleus verhoogt waakzaamheid en beïnvloedt hoeveel gewicht belangrijke gebeurtenissen krijgen en hoe sterk ze worden geleerd.
Dopamine helpt bij het leren van waarde, motivatie en verwachting. Acetylcholine beïnvloedt aandacht en de verwerking van zintuiglijke informatie.
Serotonine kan verschillende amygdalacircuits zowel versterken als afremmen. De werking hangt af van receptor, celtype, circuit en tijdschaal. Het is daarom geen eenvoudige ‘kalmerende neurotransmitter’.
Ook stressregulatie kent tegenkrachten. CRH ondersteunt stress- en waakzaamheidssystemen, terwijl neuropeptide Y (NPY) in verschillende circuits stress- en angstachtige reacties kan begrenzen.
Oxytocine en vasopressine beïnvloeden sociale informatieverwerking. Hun werking verschilt per situatie, circuit en individu. Oxytocine is daarmee geen eenvoudige ‘veiligheidsstof’.
Endocannabinoïden, waaronder anandamide en 2-AG, beïnvloeden stressregulatie en plasticiteit en spelen een rol bij extinctieleren. Ook cortisol en geslachtshormonen kunnen de gevoeligheid van amygdalanetwerken veranderen.
De amygdala beoordeelt de buitenwereld daardoor nooit los van het lichaam.
Wat betekent dit voor mij, met mijn eerdere ervaringen, in deze omgeving en in de toestand waarin ik mij nu bevind?
Waarmee werkt het samen en wanneer wordt het ingezet?
De amygdala functioneert nooit geïsoleerd. Juist haar verbindingen met andere hersengebieden, het autonome zenuwstelsel, hormonen en het lichaam maken haar zo belangrijk.
Dat wordt ook zichtbaar bij langdurige klachten. De amygdala komt terug bij onderzoek naar angst, trauma, depressie, chronische pijn en chronische vermoeidheid. Dat betekent niet dat deze problemen door één ontregelde hersenkern worden veroorzaakt. Ze maken deel uit van grotere netwerken waarin betekenis, verwachting, geheugen, stress, motivatie, pijn en lichamelijke toestand elkaar beïnvloeden.
Amygdala en hippocampus
Een bruikbaar onderscheid is:
Amygdala: Wat betekent dit?Hippocampus: Waar en wanneer geldt dit?
De hippocampus helpt ervaringen in hun context te plaatsen. De amygdala helpt bepalen hoeveel biologisch gewicht bepaalde informatie krijgt.
Dit wordt belangrijk bij generalisatie. Wanneer een aangeleerde reactie zich uitbreidt naar steeds meer vergelijkbare situaties, kan het lichaam reageren terwijl de oorspronkelijke omstandigheden niet meer aanwezig zijn.
Nieuw leren vraagt dan om onderscheid:
Dit lijkt op toen, maar dit is nu.
Amygdala en prefrontale cortex
Ook het beeld waarin een rationele prefrontale cortex voortdurend een primitieve emotionele amygdala moet onderdrukken is te eenvoudig. Beide systemen beïnvloeden elkaar.
Prefrontale gebieden kunnen doelen, verwachtingen, context en gedragsmogelijkheden meewegen. Tegelijk bepaalt biologisch belangrijke informatie mede waaraan de cortex aandacht besteedt.
Gezonde regulatie betekent daarom niet dat emotionele signalen verdwijnen, maar dat ze passend kunnen worden gebruikt.
Amygdala en insula
De insula helpt informatie over de toestand van het lichaam verwerken, zoals hartslag, ademhaling, ingewandssignalen, temperatuur en pijn.
Daardoor worden buiten- en binnenwereld voortdurend gecombineerd:
Wat gebeurt er? Wat gebeurt er in mijn lichaam? En wat betekent die combinatie?
Dezelfde situatie kan daardoor anders worden verwerkt wanneer iemand uitgerust en ontspannen is dan wanneer iemand uitgeput, hongerig, pijnlijk of sterk geactiveerd is.
Amygdala, locus coeruleus en aandacht
De locus coeruleus verspreidt noradrenaline naar grote delen van het brein. Amygdala en locus coeruleus beïnvloeden elkaar.
Wanneer iets belangrijk lijkt, kan de waakzaamheid toenemen. Daardoor krijgt die gebeurtenis meer aandacht en kan zij sterker worden geleerd.
Zo kan een versterkende lus ontstaan:
betekenis → waakzaamheid → aandacht → leren → toekomstige betekenis.
Dat is functioneel zolang het systeem zich ook weer kan aanpassen wanneer omstandigheden veranderen.
Amygdala en de stressas
Amygdala-, hypothalamus- en hersenstamnetwerken kunnen bijdragen aan activatie van de HPA-as. De hypothalamus geeft CRH af, de hypofyse reageert met ACTH en de bijnieren produceren vervolgens cortisol.
Hippocampale en prefrontale circuits helpen deze reactie afhankelijk van de situatie te reguleren. De ontstane hormonale en autonome toestand beïnvloedt vervolgens opnieuw de werking van het brein.
Daarmee ontstaat een wederkerig principe:
Betekenis verandert fysiologie — en fysiologie verandert hoe nieuwe informatie betekenis krijgt.
Trauma en PTSS
Bij trauma en PTSS kunnen dreigingsleren, veiligheidsleren, geheugen en contextonderscheid veranderen.
Een gebeurtenis die werkelijk gevaarlijk was kan krachtige associaties achterlaten. Later kunnen geuren, geluiden, plaatsen, lichaamssensaties of sociale situaties die erop lijken opnieuw delen van het netwerk activeren.
Juist dan wordt de samenwerking met de hippocampus belangrijk. Het systeem moet niet alleen herkennen:
Hier heb ik eerder gevaar geleerd.
maar ook kunnen ontdekken:
De huidige situatie is niet dezelfde als toen.
Herstel betekent vanuit dit perspectief niet noodzakelijk dat de oorspronkelijke herinnering moet verdwijnen. Het systeem moet ook nieuwe voorspellingen en veiligheid kunnen leren.
Chronische pijn
Ook bij chronische pijn kan de amygdala een rol spelen. Pijn is namelijk meer dan het registreren van weefselschade. Het zenuwstelsel moet bepalen hoeveel betekenis aan nociceptieve informatie wordt gegeven en wat die informatie voorspelt.
Bij langdurige pijn kunnen pijnverwachting, waakzaamheid, vermijdingsgedrag en aangeleerde betekenis steeds belangrijker worden. Een beweging, houding of situatie kan daardoor al betekenis krijgen vóórdat duidelijk is wat er daadwerkelijk zal gebeuren.
Dat betekent niet dat chronische pijn ‘tussen de oren zit’. Pijn is juist een ervaring van het gehele organisme waarin sensorische informatie, zenuwstelsel, immuunsignalen, autonome toestand, eerdere ervaringen en context samenkomen.
Depressie
Ook bij depressie kan de werking van amygdalanetwerken veranderen. Maar de amygdala is daarbij slechts één onderdeel van een groter systeem waarin onder andere PFC, hippocampus, hypothalamus, striatum en beloningscircuits samenwerken.
Daarmee komen stemming en betekenis samen met motivatie, geheugen, stressregulatie en energieverdeling.
De relevante vragen worden daardoor breder dan alleen waar ontstaat somberheid?
Wat krijgt aandacht? Wat verwacht iemand? Wat lijkt nog waardevol? Hoeveel inspanning lijkt een mogelijke beloning waard?
Dat helpt begrijpen waarom depressie naast somberheid kan samengaan met verlies van interesse, initiatief, nieuwsgierigheid en motivatie.
Chronische vermoeidheid
Bij chronische vermoeidheid is voorzichtigheid belangrijk. Langdurige vermoeidheid kan niet eenvoudig worden verklaard vanuit een ontregelde amygdala.
De amygdala maakt wel deel uit van netwerken die waakzaamheid, stress, pijn, interoceptie en autonome regulatie beïnvloeden. Tegelijk kunnen slaap, immuunactiviteit, hypothalamische regulatie, metabolisme, motivatie en inspanningsbeleving veranderen.
Vermoeidheid is daarmee geen product van één hersengebied, maar kan worden begrepen als onderdeel van een bredere toestand van het organisme waarin verschillende systemen hun activiteit en beschikbare middelen voortdurend op elkaar afstemmen.
Van bescherming naar flexibiliteit
Angst, trauma, chronische pijn, depressie en chronische vermoeidheid zijn dus geen verschillende varianten van dezelfde ‘overactieve amygdala’.
Het zijn verschillende processen waarin deels overlappende systemen betrokken kunnen zijn. Die systemen beïnvloeden wat aandacht krijgt, wat als bedreigend of waardevol wordt geleerd, wat het lichaam verwacht, hoe sterk het zich voorbereidt en hoeveel ruimte er bestaat om verwachtingen opnieuw bij te stellen.
Gezond functioneren betekent daarom niet dat de amygdala zo weinig mogelijk actief moet zijn. We hebben haar juist nodig.
Het verschil zit in flexibiliteit: gevaar herkennen wanneer het aanwezig is, mobiliseren wanneer dat nodig is, context kunnen onderscheiden, veiligheid opnieuw kunnen leren en een reactie weer kunnen loslaten wanneer de omstandigheden veranderen.
Hoe hebben we het leren begrijpen?
1819 — Friedrich Burdach
De Duitse neuroanatoom gebruikt de naam amygdala, verwijzend naar de amandelachtige vorm van het gebied.
1930 — Heinrich Klüver en Paul Bucy
Beschadiging van delen van de temporaalkwab bij apen veroorzaakt opvallende gedragsveranderingen. Dieren reageren anders op prikkels die daarvoor bedreigend of belangrijk waren. Het latere Klüver-Bucy-syndroom wordt een belangrijke aanwijzing voor de relatie tussen de temporaalkwab en emotioneel gedrag.
1937 — James Papez
Papez beschrijft een hersencircuit dat emotionele ervaring zou ondersteunen. Zijn werk vormt een belangrijke stap richting het latere denken over een limbisch systeem.
1949–1952 — Paul MacLean
MacLean breidt deze ideeën uit en geeft de amygdala een prominentere plaats binnen het limbische systeem. Het model wordt zeer invloedrijk, maar het latere beeld van een emotioneel ‘oud brein’ tegenover een rationele neocortex blijkt te eenvoudig.
1956 — patiënt H.M.
Na verwijdering van delen van de mediale temporaalkwab ontwikkelt Henry Molaison ernstige problemen met het vormen van nieuwe expliciete herinneringen. Het onderzoek van Brenda Milner en collega's helpt functies binnen de mediale temporaalkwab verder uit elkaar te trekken.
1950–1970 — de circuits worden zichtbaar
Stimulatie- en laesieonderzoek laat zien dat verschillende delen van de amygdala verschillende autonome, hormonale en gedragsmatige reacties beïnvloeden. Het idee van één homogene structuur begint uiteen te vallen.
1980–1990 — Joseph LeDoux
Conditioneringsonderzoek brengt verschillende routes naar de amygdala in kaart. Het bekende onderscheid tussen snelle thalamische informatie en uitgebreidere corticale verwerking ontstaat. Later blijkt dat het werkelijke netwerk veel meer parallelle routes en terugkoppelingen bevat.
1990–2000 — Elizabeth Phelps en humane beeldvorming
Onderzoek bij mensen maakt steeds beter zichtbaar hoe amygdala, hippocampus en prefrontale cortex samenwerken bij dreigingsleren, geheugen en extinctie.
1990–2000 — patiënt S.M.
Een vrouw met vrijwel volledige bilaterale amygdalaschade heeft moeite met bepaalde vormen van angstherkenning en dreigingsverwerking. Aanvankelijk lijkt dit het bestaan van een angstcentrum te ondersteunen.
Later blijkt dat zij onder andere omstandigheden wel degelijk sterke angst en zelfs paniek kan ervaren. Juist deze uitzonderlijke casus helpt uiteindelijk aantonen dat angst niet in één hersengebied zit.
2000–2010 — van angst naar betekenis
Steeds duidelijker wordt dat de amygdala niet alleen op bedreiging reageert. Ook beloning, sociale informatie, nieuwigheid, onzekerheid en veranderingen in verwachte waarde blijken relevant.
De vraag verschuift daarmee van:
Waar zit angst?
naar:
Hoe leert het brein wat belangrijk is?
2010–2020 — optogenetica
Onderzoekers kunnen bij proefdieren steeds specifieker afzonderlijke celpopulaties en verbindingen activeren of remmen. Binnen dezelfde amygdalakern blijken verschillende circuits zelfs tegengestelde gedragingen te kunnen ondersteunen.
2019 — onrijpe neuronen
Onderzoek naar de menselijke paralaminaire kern laat een opmerkelijke populatie langdurig onrijpe neuronen zien. Een deel rijpt gedurende jeugd en adolescentie verder. Daarmee wordt duidelijk dat de ontwikkeling van de amygdala veel langer doorgaat dan vroeger werd gedacht.
2020–heden — kijken naar afzonderlijke cellen
Single-cell sequencing, spatial transcriptomics en steeds nauwkeuriger circuitonderzoek maken zichtbaar hoeveel verschillende celtypen binnen de klassieke amygdalakernen aanwezig zijn. Ook ondersteunende cellen zoals astrocyten blijken onderdeel te zijn van de plasticiteit rond leren en geheugen.
De ontwikkeling van het onderzoek vertelt daarmee zelf het verhaal:
van angstcentrum → naar afzonderlijke kernen → naar circuits → naar celtypen → naar dynamische netwerken.
De kern
De amygdala is geen angstknop in het brein. Ze maakt deel uit van een voortdurend veranderend systeem dat helpt leren wat belangrijk is, wat iets voorspelt en welke reactie daarbij past.
Dat verklaart waarom dezelfde amygdala terugkomt bij angst en trauma, maar ook bij onderzoek naar chronische pijn, depressie en vermoeidheid. Niet omdat al deze klachten door één hersenkern worden veroorzaakt, maar omdat betekenis, verwachting, aandacht, geheugen en lichamelijke toestand bij al deze processen een rol kunnen spelen.
Een geluid kan ooit gevaar betekenen en later veiligheid. Een beweging kan na pijn bedreigend worden en later weer vertrouwd raken. Een herinnering kan blijven bestaan terwijl de reactie erop verandert.
De amygdala bewaart dus niet alleen wat belangrijk was. Haar plasticiteit helpt ons voortdurend opnieuw leren wat belangrijk ís.